Vanaf 1 januari 2027 kun je teruggeleverde zonnestroom niet meer salderen. Daardoor wordt stroom die je direct gebruikt of via opslag later zelf gebruikt financieel belangrijker. Dat is alleen geen automatisch koopsignaal voor een thuisbatterij. Of de beleidswijziging jouw keuze verandert, hangt vooral af van hoeveel zonnestroom je teruglevert, hoeveel stroom je later op de dag nodig hebt en wat je energiecontract zegt over terugleververgoeding en terugleverkosten.
Deze pagina helpt je drie dingen uit elkaar te houden: wat wettelijk verandert, wat je energieleverancier bepaalt en wat jouw eigen verbruiksprofiel laat zien. Zo kun je eerst bepalen óf opslag relevanter wordt, voordat je capaciteit of financieel rendement gaat doorrekenen.
2026 versus 2027: wat verandert er voor jou?
De belangrijkste verschuiving is dat het moment waarop je zonnestroom gebruikt vanaf 2027 zwaarder gaat tellen. Tot en met 2026 kan salderen een deel van je teruglevering financieel verrekenen met stroom die je later van het net afneemt. Vanaf 2027 verdwijnt die wettelijke verrekening.
De wettelijke einddatum, het recht om ook na 2027 te blijven terugleveren en de minimumregel voor de terugleververgoeding zijn vastgelegd in de uitleg van Rijksoverheid over de salderingsregeling.
Wat verandert door de overheid — en wat bepaalt je leverancier?
De salderingsregeling stopt
De salderingsregeling is een wettelijke regeling. Tot en met 31 december 2026 kun je binnen de salderingsgrens teruggeleverde elektriciteit verrekenen met elektriciteit die je van het net afneemt. Op 1 januari 2027 stopt die wettelijke verrekening. Terugleveren zelf stopt niet: ook daarna kun je zonnestroom aan het net blijven leveren. Rijksoverheid beschrijft deze overgang en de ingangsdatum.
Terugleververgoeding
Vanaf 2027 krijg je voor teruggeleverde elektriciteit een vergoeding. Tot 1 januari 2030 moet die minimaal 50% van het kale leveringstarief zijn. Met het kale leveringstarief wordt het leveringstarief zonder belastingen bedoeld. Dit is dus geen vaste vergoeding in eurocent per kWh; het concrete tarief staat in je energiecontract. De officiële voorwaarden voor de terugleververgoeding geven daarom een ondergrens, geen universeel centbedrag.
Terugleverkosten en contractvoorwaarden
Terugleverkosten zijn iets anders dan de salderingsregeling. Ze horen bij de voorwaarden en tarieven van je energieleverancier en kunnen ook na 2027 blijven bestaan. De actuele consumentenvoorlichting van ACM ConsuWijzer over salderen en terugleveren maakt die scheiding duidelijk. Welke bedragen of staffels voor jou gelden, controleer je daarom in je eigen contract.
Lees hoe terugleverkosten bij zonnepanelen werken en waar je ze in je contract controleert.
Een dynamisch contract kan extra sturingsmogelijkheden geven, maar is geen voorwaarde om eigen zonnestroom op te slaan voor later gebruik. Bekijk apart wat een dynamisch contract verandert voor de aansturing van een thuisbatterij.
Welke gegevens bepalen of 2027 jouw batterijbeslissing verandert?
Je jaarverbruik alleen is te grof om te beoordelen wat opslag voor jou kan doen. Voor een thuisbatterij telt vooral wanneer je zonnestroom over hebt en of je die energie later zelf kunt gebruiken. Breng daarom eerst je eigen profiel en contract in beeld.
Gegevens die je eerst wilt kennen
Met slimme-meterdata kun je veel beter zien of middagoverschot samenvalt met verbruik later op de dag. Lees hoe P1-data helpt om teruglevering en verbruik op het juiste moment te zien.
Drie huishoudens, drie verschillende uitkomsten
Dezelfde beleidswijziging kan bij twee huishoudens heel anders uitpakken. Het verschil zit niet alleen in het aantal zonnepanelen of het totale jaarverbruik, maar in de combinatie van teruglevering, later eigen verbruik en contractvoorwaarden.
Kun je eerst meer zonnestroom direct zelf gebruiken?
Voordat je opslag onderzoekt, kijk je eerst of je bestaand stroomverbruik zonder extra energieverspilling naar zonnige uren kunt verschuiven. Denk aan apparaten die je toch al gebruikt, het laden van een elektrische auto of het slim plannen van een warmtepomp of boiler binnen de normale warmtevraag. Milieu Centraal adviseert eveneens om eerst direct eigen gebruik te verhogen.
Stroom die je zelf opwekt en direct gebruikt, hoef je niet via je leverancier af te nemen. Volgens Rijksoverheid betaal je over die direct gebruikte zonnestroom geen energiebelasting of leverancierskosten. Meer direct eigen gebruik is daarom een logische eerste stap, zolang je geen apparaten onnodig laat draaien om stroom “op te maken”.
Wanneer wordt een thuisbatterij wél een logische vervolgstap?
Het einde van salderen maakt eigen verbruik belangrijker, maar maakt een thuisbatterij niet automatisch rendabel. Opslag wordt vooral een logisch onderwerp om verder te onderzoeken wanneer je structureel zonnestroom over hebt, later op de dag voldoende eigen verbruik hebt en je contractvoorwaarden kent. Daarna moet de capaciteit nog passen bij het energievolume dat je werkelijk kunt verschuiven.
Snelle beslisregel
- Opslag wordt relevanter als: je structureel zonnestroom over hebt op momenten dat je die niet gebruikt én later op de dag duidelijke eigen vraag hebt.
- Onderzoek capaciteit pas als: je vergoeding en terugleverkosten kent en je profiel laat zien dat er regelmatig energie te verschuiven is.
- Onderzoek eerst verder als: je teruglevering, later verbruik of contractvoorwaarden nog niet duidelijk zijn.
Begin met je eigen profiel
Heb je je teruglevering en avondverbruik in beeld? Bereken dan eerst welke capaciteit bij dat profiel past.
Bereken welke batterijcapaciteit pastFinancieel rendement? Reken dat apart door
Dat opslag door het stoppen met salderen relevanter kan worden, zegt nog niet dat de investering financieel uitkomt. Daarvoor moet je onder meer de aanschafprijs, laad- en ontlaadverliezen, het werkelijke gebruik van de capaciteit en je contractvoorwaarden apart modelleren. Zonder die aannames is een vaste terugverdientijd niet betrouwbaar.
Wil je de financiële kant doorrekenen? Bekijk wanneer een thuisbatterij na 2027 rendabel kan zijn. Reken daar de terugverdientijd met je eigen aannames door, in plaats van de beleidswijziging zelf als rendementsgarantie te behandelen.
